HERVION ivo cOLLEGE

Mens en Natuur ... Natuurkunde taak 16 p.1

  

Kennen en kunnen

Paragraaf 1: Lichtbronnen zien. Gezichtsbedrog

Lees bladzijde 70 en 71 van je boek   Lees daarna wat hieronder staat

Het gaat over lichtbronnen Dat zijn voorwerpen die zélf licht maken.

En over lichtstralen (dunne lijnen die aangeven in welke richting het licht gaat)

en dat licht langs rechte lijnen gaat (licht kan niet om het hoekje..!).
Je kunt alleen maar dingen zien als van een voorwerp licht in jouw oog terecht komt. Je ziet dus iets als het voorwerp zélf licht uitstraalt (dus een lichtbron is zoals een lamp) of als een voorwerp licht van de zon of 'n lamp terugkaatst (dan is het geen lichtbron. Bijv. een tafel, stoel, de maan enz.).

 


Je gezichtsveld is het gebied dat je vanaf een bepaalde plaats kunt zien. Als je vanuit je ogen de randstralen tekent die 

je nog net kunt zien krijg je je gezichtveld. Zie fig. 4.b. op blz 71.  

 

Lichtbundels kun je niet zien. Je ziet ze alleen als er rook of mist doorheen geblazen wordt.

De rookdeeltjes of waterdruppeltjes kaatsen het licht in alle richtingen terug. Als een lichtbundel in je oog terechtkomt zie je de lichtbundel.               

Divergente lichtbundels: De lichtbundels gaan alle kanten op.                     

  

Convergente lichtbundels: De lichtbundels komen samen in één punt  

 

 

 

Als je alles goed hebt gelezen en je denkt dat je alles snapt, dan kun je de zelftoets maken.  Als je de zelftoets hebt gemaakt, ga je naar de vragen over Gezichtsbedrog op de volgende pagina  Daarna maak je de de opdrachten die behoren bij de eerste paragraaf